Naar buiten

De papegaai kan met mooi weer prima een dagje buiten verblijven, dit is juist heel erg gezond in verband met de vitamine D die ze van het zonlicht oppikken, het zonlicht door het raam binnen heeft geen effect en dus is naar buiten gaan ook erg belangrijk en gezond.

Let wel op! Neem de vogel op een veilige manier mee naar buiten! Hetzij in een voliere of kooi buiten, of in een tuigje. Neem nooit een vogel ongewiekt mee naar buiten, het risico is en blijft er altijd gewiekt of ongewiekt. Vaak door verkeerd wieken in combinatie met de wind is er al menig vogel vermist geraakt. Veiligheid voorop! Zet je vogel ook niet open en bloot in de tuin maar veilig en beschut onder een parasol bijvoorbeeld, dit ivm roofvogels die op de loer kunnen liggen.

Wandelen of fietsen is ook een hele leuke bezigheid om te ondernemen met je papegaai, ook hierbij is het belangrijk de vogel goed te wieken of mee te nemen in een tuigje of bijvoorbeeld een tas speciaal voor papegaaien (pako-bird) Er zijn groepen die gebruik maken van een papegaaienwandelwagen waarop je bijvoorbeeld een klein kooitje kunt zetten of waar ze los op kunnen met een tuigje om zo te kunnen wandelen met de papegaaien.

Vervoer in de auto naar bijvoorbeeld vogelarts, visite of vakantie maak je zo veilig mogelijk door ze in bijvoorbeeld een transportbox, tas of bench te verplaatsen, denk bij het laatste eraan dat veel benches van zink gemaakt zijn en ze dus niet geheel veilig zijn als ze hieraan knabbelen.

Hieronder tips van dierenarts Rob van Zon mbt. het vervoeren van je vogel.

Tips voor het vervoeren van uw vogel:

  • Laat uw vogel, indien mogelijk, thuis alvast kennismaken met de reismand of -kooi.

  • Gebruik een kleine vervoersmand of -kooi om de kans op ongelukken door vallen en/of fladderen te verkleinen. Afhankelijk van het formaat van uw vogel zijn de reismandjes voor (kleine) knaagdieren, kattenmandjes of een kleine hondenbench geschikt. Zorg dat uw vogel rechtop kan zitten en ruimte heeft voor zijn staart (en eventuele kuif).

  • Zet de reismand of -kooi vast in de autogordels.

  • Tijdens de rit zijn speeltjes, hutjes en volle voer- en waterbakjes eerder hinderlijk dan prettig.

  • Gebruik papier of handdoeken als bodembedekking. Stro, houtsnippers, zand e.d. maken niet alleen meer rommel, maar vergroten ook de kans op verspreiding van ziekteverwekkers .

  • Geef de vogel indien mogelijk de gelegenheid om in de rijrichting naar buiten te kunnen kijken. Dit kan helpen tegen wagenziekte.

  • Zorg ervoor dat de vogel u kan  zien of in ieder geval horen.

  • Neem voor de zekerheid eigen voeding mee, dit kan nuttig zijn wanneer een vogel langer in de kliniek moet verblijven.