Het verhaal van Caesar de Ducorps kaketoe

Door Koen Makelberge

Hallo!

Ik ben Caesar, een Ducorps Kaketoe. Mijn eerste herinneringen dateren van toen ik een 6-7 maand oud was. Ik noemde toen nog ‘Koko’. Ik woonde in een parkietenkooi in een dierenspeciaalzaak. In de winkel mocht ik met de winkeljuffen mee op de kar de rekken aanvullen. ’s Nachts verveelde ik me soms, brak dan uit, en haalde alle prijskaartjes uit de onderste rijen. Zo wist de juffen zich de volgende ochtend een uurtje bezig te houden.

Mijn adoptie

Mijn baasje heb ik voor de eerste maal gezien toen hij naar de winkel kwam om een visnetje te kopen. Hun vijver zat vol draadalgen. Ik zat in de winkel altijd op mijn open kooi, en babbelde wat met alle mensen die voorbij mijn kooi passeerden. Ik deed ook niets liever dan opstappen, en aan de vingers likken. Baasje is het type persoon dat met elk diertje praat. Bij onze kennismaking zijn we wel een halfuur met elkaar bezig geweest.

Enkele weken later kwam hij een tweede keer. Hij kwam ‘om kattenvoer’… Later bleek dit een uitvlucht om mij nog eens te zien. Daarna kwam hij quasi tweewekelijks. Hij praatte toen ook veel met de winkeljuffen. Zij hadden verteld dat een kaketoe waarschijnlijk niet met katten om kan. De week daarna stond hij met zijn kat in de winkel. Ik knibbelde wat aan haar oor, en zij liet dat toe. Dat probleempje was dus opgelost. De week daarna stelde hij mij voor aan zijn zoon. En nog een week later was zijn vrouw (en wàt een vrouw – ik was onmiddellijk verliefd) mee. Zij discussieerden wat met de winkeljuffen en gingen terug weg.

De dag daarop – 28/03/2014:
ik herinner het me nog goed – was de grote verhuis: zowel ik, mijn parkietenkooi, mijn speeltjes en heel wat eten gingen mee in een auto. Ik kreeg een plaatsje in de woonkamer van hun huis, met aan twee zijden zicht op buiten, één zijde beschermd, en één zijde met zicht op keuken en living. Mijn nieuwe familie bestaat uit een baasje, een vrouwtje, een zoon van 11, en twee poezen. Ik kreeg een nieuwe naam: ‘Caesar’, uitgesproken op z’n frans: Cézar.

Af en toe toonde ik dat ik nerveus was, honger had, wilde spelen, enz… Maar zij begrepen er niets van! En ook hùn woorden en bewegingen waren voor mij nogal onsamenhangend. We zaten dus duidelijk met een taalprobleem.
Gelukkig hadden zij dat ook vlug door, want 4 dagen later kwam Nathalie bij ons langs. Zij is gedragsdeskundige, en leerde mijn baasjes dat een papegaai in niets te vergelijken is met honden of katten. Ze leerde hen de basis van de papegaaientaal, wat wij nodig hebben, en wat wij leuk vinden. Ze gaf ook de gevaren aan van overknuffelen, verkeerde voeding, speeksel, andere dieren… Ze hebben toen ook lang gediscussieerd over uitstapjes, en harnassen of wieken.

En zo begon mijn verhaal bij mijn familie.

Mijn eerste stappen in de wereld

Leuk, hoor! Ik was pas geadopteerd, en mijn familie ging al op reis.
Met de paasvakantie werd ik geplaatst bij een vakantieopvang voor papegaaien. Ik zat er in een kooi naast Nestor (Amazone) en Arthur
(Goffin). Gelukkig kende ik Nathalie al! Na 14 dagen kwamen mijn baasjes mij terug ophalen.
Vanaf dan heb ik een band opgebouwd met mijn familie. Baasje zat huis met een burn-out: hij had dus wat tijd voor mij. Ik hoorde hem
telkens zeggen dat ‘hij geen vogel gekocht had om in een kooitje te zitten’. Dat bleek ook duidelijk: ik moest met hem mee naar verlaten
paadjes in een bos waar niemand kwam: geen mensen; geen dieren. Dat was best eng! Na enkele keren had ik het concept door, en voelde ik me wat beter op mijn gemak.
Enkel die ‘aviator’ was best wel lastig. Ik beet hem dus altijd stuk . Na enkele keren gingen we ook binnen in een huisje, waar baasje een koffie met pannenkoek at.

Ik kreeg ook een stukje.
Vanaf dan mocht ik ook eens op andere plaatsen mee.
‘Vrouwtje’ vond dat gênant, maar baasje stond erop dat ik mee ging. Ik herinner me nog mijn eerste uitstapje naar Doornik, tijdens een accordeonfestival. Daarna mocht ik mee naar alle openbare plaatsen.

Ook thuis liep alles goed met de poezen. Enkel van honden ben ik bang.

Mensen kunnen lastig zijn!

Toen ik ongeveer 2 jaar was, begonnen de problemen: ik werd wat zelfstandig, en de familie begon mij telkens te corrigeren, en me onverwachts terug in mijn kooi te plaatsen. Zomaar, gewoon omdat ik groot genoeg werd om zelf mijn beslissingen te nemen! Iedere keer opnieuw, gedurende wel 2 jaar, werd ik bij de minste overtreding terug in mijn kooi geplaatst. ‘Cool Down Periode’ noemden ze dat… Af en toe had ik er genoeg van, en beet dan in vingers of tenen om hen te corrigeren. Dat viel telkens in verkeerde aarde. Zo is baasje eens met mij een gevecht aangegaan: ik beet serieus in het rond, maar het leek hem niets te doen. Zijn hand hing vol bloed; toch gaf hij geen krimp. Hij plaatste me toen gewoon terug in mijn kooi. En ook vrouwtje en mijn kindervriendje lieten enkel dingen toe waar ze zelf mee akkoord waren. Dat was één van de lastigste periodes in mijn leven.

Toen ik ongeveer 5 jaar was, ging dat over. Ik begreep wat kon, en wat niet. De rollen binnen het gezin waren me duidelijk geworden: Baasje was mijn chef en beschermer. Vrouwtje was mijn grote liefde, en de zoon was mijn speelkameraad geworden. Vanaf dan werd alles leuk. Ik mocht mee shoppen: naar de Gamma, de Action, de dierenspeciaalzaak, enz. Baasje was intussen vrijwilliger geworden in een papegaaien-rescue. Daar mocht ik elke zaterdag naar mee.

Echt tof: zo ontmoette ik ook eens andere mensen. Daar heb ik geleerd dat mensen tussen 3 en 7 jaar toch de leukste zijn: met hen kan ik me het best amuseren. Thuis kreeg ik ook meer zelfstandigheid. Wanneer iemand van de familie thuis was, mocht ik los uit mijn kooi,(mits naleven van de regels. Ik kon zelfs op eigen initiatief de tuin in. Dat was het voordeel van gekortwiekt te zijn.

Tijdens de vakanties mocht ik ook mee! In de auto werd een koord voorzien op het dashboard, en ik kreeg een reiskooi. Zo ben ik al in Brouwersdam, Rome, Firenze, Pisa, Avignon, St Rémi, en Lille geweest.

Opletten geblazen!

Tijdens een tuinuitstap is het toch eens verkeerd gelopen. Ik was tegen de zin van baasje in, in een grote eik geklommen. Zij wilden stilaan terug in huis omdat het al wat laat werd. Baasje reikte me een stok aan om op te stappen. Deze vond ik vééééél te eng,. Daarom vloog ik weg. De enige vrije richt was richting straat. Daar ben ik tegen een Porsche gevlogen. Resultaat: ondersnavel middendoor, en een vleugel gebroken. Ik ben even bewusteloos geweest. Wanneer ik bijkwam waren we onderweg nar een dierenarts. Daar
ben ik 5 dagen gebleven: mijn snavel werd met vezellijm aan elkaar gekleefd, en met ijzerdraad op zijn plaats gehouden. In mijn vleugel werd een ijzerdraadje gestopt om mijn bot te spalken. Ik kon een tweetal weken geen vaste voeding eten. Al bij al is alles goed af gelopen, en is alles genezen.

Mijn draai gevonden

De laatste tijd valt alles op zijn plaats: ik mag elke zaterdag mee naar de papegaaien opvang. Elke keer mag ik mee in de auto naar de supermarkt (ik blijf in de auto wachten). Soms gaan we naar de DIY. Allemaal zonder Aviator: ik laat nu netjes mijn pluimen kortwieken. Ik heb een mandje gekregen op het fietsstuur baasje, zodat ik kan mee fietsen. Kortom: iedereen houdt rekening met mij. Enige voorwaarde: ik moet netjes mijn manieren houden.

Baasje raadt nu iedereen aan om vooraleer ze een papegaai in huis nemen:

• Zich eerst goed in te lezen in papegaaien;
• Een gedragsdeskundige voor papegaaien te raadplegen;
• Zorgen dat er een goeie papegaaienarts in de buurt woont.
• En gelukkig voor mij: er bestond nog geen opvangcentrum: anders had baasje waarschijnlijk een andere papegaai geadopteerd.

Veel groetjes,
Caesar!

Op facebook: caesar.makelberge

Eén antwoord op “Het verhaal van Caesar de Ducorps kaketoe”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *